Brief vlooientheater (2-4)

Home / Brief vlooientheater / Brief vlooientheater (2-4)    |    Terug
Brief vlooientheater | Brief vlooientheater (2-4)
   
   
 
 
 
 
   
Transcription
als populair establissement Na het vertrek der aanschouwers en hem ook mijne zeer groote bewon” “deringen gedeeld te hebben mede” “gedeeld om zijn industrie tot zoo een hooge trap te hebben gebracht: hoewel dan ook voor het jaar 1769 reeds melding van gemaakt is door den natuurkundige Charles Papillon. “men heeft mij wel eens verhaalt dat mijne vertooningen een indus” “trie a la renaissance was, mijnheer maar nimmer van wanneer, noch den naam van een papillon ge “hoord”- Nu kwam bij mij wel de gedachte op “honi soit qui mal y pense” doch kon nimmer nadeel doen aan de door hem zoo zeer kunstmaatige vertooiningen! *liet mijn knecht aan den tent van den heer L. Bartolotto het onderstaande (nu in het Fransch te hebben overgezet) af” “geven met mijn * de visite: (kort extract) lemery zecht, dat hij een vloo van een middelmatige grootte gezien

Het vlooiencircus of theater was een terugkerend populair gebruik in de negentiende eeuw – bekendheden als Charles Dickens en de Haarlemse Nicolaas Beets schreven over Bertolotto’s vlooientheater. Bertolotto schijnt rond 1833 te zijn begonnen met zijn optredens. Aan de hand van een brief van Van Breugel over zijn ontmoeting met Bertolotto worden een aantal zaken duidelijk over dit gebruik.

Bertolotto schijnt rond 1833 te zijn begonnen met zijn optredens. Aan de hand van een brief die Van Breugel over zijn ontmoeting met Bertolotto worden een aantal zaken duidelijk over dit gebruik. Hij had van zijn vader geleerd hoe hij een afzonderlijk ras vlooien kon fokken. Alleen de wijfjes vlo van de mensenvlo en egelvlo was sterk en geschikt genoeg voor dit soort shows.

Toen Van Breugel Bertolotto vertelde dat hij een "zeer grote bewondering" had voor zijn industrie en vertelde dat hij ook een plaats had gekregen in het Woordenboek der Natuurlijke Historie van natuurkundige Charles Papillon, antwoorde Bertolotto: "Men heeft mij weleens verhaald dat mijne vertooningen eene industrie a la Renaissance was, mijnheer, maar nimmer van wanneer, noch den naam van eene Papillon gehoord."

Van Breugel was in juli 1841 zo erg onder de indruk van de vlooien gepresenteerd “in een zeer nette kermistent te Haarlem”, dat Van Breugel de exploitant in zijn woning aan de Jansweg uitnodigde om nogmaals zijn “bewonderingswaardige industrie” te vertonen. Van Breugel beschrijft hoe een vlo een minuscule kanon voorttrekt (vastgemaakt aan de vlo met een gouddraadje), welk af en toe met buskruit wordt geladen en afgeschoten. De vlo schrikt hier volgens Van Breugel niet van. De vlo had de grote van een halve nagel en het kanon was 80 keer zo zwaar als de vlo zelf. De vlo wordt bewaard in een fluwelen doosje en wordt gevoed door haar op de arm bloed te laten zuigen. Zodra de tijd er rijp voor is wordt de vlo vervolgens met kwikzilverzwavel om het leven gebracht.

Rond 1930 werd de vlooientheater met échte vlooien niet langer gebruikt.

Maker: Gaspard Philippe Charles van Breugel
Datering: 1830 / 1831
Collectie: Bibliotheek
Nummer: 44-002869 K
Link: http://noord-hollandsarchief.nl/bronnen/archieven?mivast=236&mizig=383&miadt=236&miaet=14&micode=3000&minr=4212265&miview=ldt
Heb je een opmerking over deze bron of een suggestie voor een nieuwe bron, onderwerp of thema?
Laat het ons weten via educatie@noord-hollandsarchief.nl.
  Gerelateerde bronnen

Geschiedenislokaal023

Brief vlooientheater (2-4)

Omschrijving

Maker: Gaspard Philippe Charles van Breugel
Datering: 1830 / 1831
Collectie: Bibliotheek
Nummer: 44-002869 K
Link: http://noord-hollandsarchief.nl/bronnen/archieven?mivast=236&mizig=383&miadt=236&miaet=14&micode=3000&minr=4212265&miview=ldt