Volksvermaak

Home / Alle Themas / Volksvermaak    |    Terug

Er zijn veel soorten volksvermaak. Denk aan Koningsdag, carnaval of de kermis. In dit thema worden enkele vormen van volksvermaak uitgelicht. De meeste bronnen gaan echter over de kermis in de negentiende eeuw. De kermis is een volksvermaak die al eeuwen gevierd wordt. Welke rol nam de kermis in het dagelijks leven in? 


Eten en drinken
Voor tal van mensen is de komst van de kermis dé gelegenheid om eens per jaar uit de band te springen en even het harde bestaan te vergeten. Er wordt vooral veel gegeten en gedronken tijdens de kermis.

Op de Haarlemse kermis van 1873 staan verspreid over de stad eenentwintig poffertjeskramen. Daarnaast staan er ook twee tenten met ververschingen, waar onder andere bier kan worden gedronken. Er is een café chantant, een terrasje waar kleine groepen van uitvoerende kunstenaars populaire muziek voordragen aan het publiek. De tenten met ververschingen waren respectievelijk zo groot als 187 en 52,5 vierkante meter. Het café chantant bedraagt maar liefst 331 m2.

Tegen het einde van de negentiende eeuw neemt het aantal eet- en drinkgelegenheden en de mate van specialisatie toe. Op de kermis van 1892 naast twee café chantants; eenentwintig gebakkramen, vijf wafelkramen, twee beignetkramen, drie suikerwerkkramen, vier koekkramen, drie nougatkramen en elf poffertjeskramen.


Kritiek op de kermis
Niet iedereen is blij met de kermis. Vooral aan het eind van de negentiende eeuw groeit de kritiek. Losbandigheid, dronkenschap en zedeloosheid van de kermisgangers zijn de voornaamste tegenargumenten. Daarom verkorten veel gemeenten de kermis met een aantal dagen. Dit is voor tegenstanders echter niet voldoende. Tussen 1850 en 1900 wordt in tenminste twintig gemeenten de kermis afgeschaft, waaronder Amsterdam (1875), Arnhem (1877) en Heemstede (1890).

Voor ‘de gewone man’ biedt de kermis juist ontspanning. Daarnaast brengt de kermis voor zowel kermisexploitanten als lokale ondernemers veel geld in het laatje. Met name winkeliers zijn bang dat zij de inkomsten afkomstig van de “duijzenden vreemdelingen” nu mis lopen.


Geld verdienen
Alle verschillende kramen en stallen op de kermis worden ingedeeld door de marktmeester. In zijn lijsten worden de attracties, theaters en andere bezienswaardigheden jaar na jaar aangevuld met diverse ambachtslieden, winkels en kraampjes. Je kunt denken aan glasblazers, manden- en meubelmakers, dokters, muzikanten zoals orgeldraaiers, kwakzalvers, verhalenvertellers, (prenten)verkopers en eigenlijk alle zaken en hebbedingetjes die je niet snel in het dagelijks leven tegen zou komen.

Omdat de kermissen gegarandeerde publiekstrekkers zijn, is het voor veel exploitanten een belangrijke bron van inkomsten. Hiervoor hebben ze wel altijd een vergunning nodig voor een kraam of stal. Maar dat is natuurlijk een kleine prijs om tijdens deze weken veel geld te verdienen. Een standplaats voor een stal-plek kost maar 30 cent (€3 vandaag de dag) tegenover fl. 126,26 (€ 2.843) voor het grootste circus van dat jaar. Deze lage kosten en het ontbreken van afmetingen doet vermoeden dat deze kooplieden alleen op een door de marktmeester geselecteerde tent of ‘stal’ mogen staan.

Geschiedenislokaal023

Volksvermaak

Omschrijving

Er zijn veel soorten volksvermaak. Denk aan Koningsdag, carnaval of de kermis. In dit thema worden enkele vormen van volksvermaak uitgelicht. De meeste bronnen gaan echter over de kermis in de negentiende eeuw. De kermis is een volksvermaak die al eeuwen gevierd wordt. Welke rol nam de kermis in het dagelijks leven in? 


Eten en drinken
Voor tal van mensen is de komst van de kermis dé gelegenheid om eens per jaar uit de band te springen en even het harde bestaan te vergeten. Er wordt vooral veel gegeten en gedronken tijdens de kermis.

Op de Haarlemse kermis van 1873 staan verspreid over de stad eenentwintig poffertjeskramen. Daarnaast staan er ook twee tenten met ververschingen, waar onder andere bier kan worden gedronken. Er is een café chantant, een terrasje waar kleine groepen van uitvoerende kunstenaars populaire muziek voordragen aan het publiek. De tenten met ververschingen waren respectievelijk zo groot als 187 en 52,5 vierkante meter. Het café chantant bedraagt maar liefst 331 m2.

Tegen het einde van de negentiende eeuw neemt het aantal eet- en drinkgelegenheden en de mate van specialisatie toe. Op de kermis van 1892 naast twee café chantants; eenentwintig gebakkramen, vijf wafelkramen, twee beignetkramen, drie suikerwerkkramen, vier koekkramen, drie nougatkramen en elf poffertjeskramen.


Kritiek op de kermis
Niet iedereen is blij met de kermis. Vooral aan het eind van de negentiende eeuw groeit de kritiek. Losbandigheid, dronkenschap en zedeloosheid van de kermisgangers zijn de voornaamste tegenargumenten. Daarom verkorten veel gemeenten de kermis met een aantal dagen. Dit is voor tegenstanders echter niet voldoende. Tussen 1850 en 1900 wordt in tenminste twintig gemeenten de kermis afgeschaft, waaronder Amsterdam (1875), Arnhem (1877) en Heemstede (1890).

Voor ‘de gewone man’ biedt de kermis juist ontspanning. Daarnaast brengt de kermis voor zowel kermisexploitanten als lokale ondernemers veel geld in het laatje. Met name winkeliers zijn bang dat zij de inkomsten afkomstig van de “duijzenden vreemdelingen” nu mis lopen.


Geld verdienen
Alle verschillende kramen en stallen op de kermis worden ingedeeld door de marktmeester. In zijn lijsten worden de attracties, theaters en andere bezienswaardigheden jaar na jaar aangevuld met diverse ambachtslieden, winkels en kraampjes. Je kunt denken aan glasblazers, manden- en meubelmakers, dokters, muzikanten zoals orgeldraaiers, kwakzalvers, verhalenvertellers, (prenten)verkopers en eigenlijk alle zaken en hebbedingetjes die je niet snel in het dagelijks leven tegen zou komen.

Omdat de kermissen gegarandeerde publiekstrekkers zijn, is het voor veel exploitanten een belangrijke bron van inkomsten. Hiervoor hebben ze wel altijd een vergunning nodig voor een kraam of stal. Maar dat is natuurlijk een kleine prijs om tijdens deze weken veel geld te verdienen. Een standplaats voor een stal-plek kost maar 30 cent (€3 vandaag de dag) tegenover fl. 126,26 (€ 2.843) voor het grootste circus van dat jaar. Deze lage kosten en het ontbreken van afmetingen doet vermoeden dat deze kooplieden alleen op een door de marktmeester geselecteerde tent of ‘stal’ mogen staan.